Showcase

Nijkerk

Friday, 11 November 2011

Ik ga ongeveer een keer per week naar mijn vader, die sinds een jaar in het vezorgingshuis Zilverschoon in Nijkerk woont. Meestal ga ik alleen, maar soms ga ik samen met mijn broer. Een jaar of vijftien geleden viel mijn vader van een ladder, lag weken in coma, liep hersenbeschadiging op, maar tegen alle verwachtingen in herstelde hij behoorlijk. Over de mate waarin mijn vader herstlede verschillen de meningen. Ik schat het op hooguit dertig procent, maar anderen menen dat hij misschien wel voor 70 procent terugkwam. Dit is het begin van een heel lang verhaal, wat ik nu niet ga vertellen.
Nadat hij uit coma kwam, begon een bizarre episode, waarin mijn vader minstens vijf keer door artsen werd opgegeven. Soms was de reden duidelijk (hartstilstand, hersenbloeding), maar soms leek hij gewoon op te zijn. De laatste keer was ruim een jaar geleden in het tehuis waar hij nu woont. Hij was daar terecht gekomen nadat hij een heup had gebroken bij een val. In het tehuis brak hij na een paar weken ook zijn andere heup. Hij verloor toen zijn levenslust, stopte met eten en werd na drie weken niet echt meer wakker. Op een gegeven moment werd ik opgebeld met de mededeling dat ik beter meteen naar het tehuis kon komen omdat de behandelend arts hem nog hooguit een paar uur gaf. Toen ik ‘s avonds arriveerde, was mijn vader wakker en toen ieders verbijstering zei hij dat hij trek had in een broodje kroket. Hoewel niemand verwachtte dat hij het zou opeten, omdat hij al weken niets had gegeten en niet lang genoeg wakker kon blijven, werd het toch gehaald. Mijn vader at het broodje met smaak op, en krabbelde vanaf dat moment voor de zoveelste keer terug.
Wat mij zeer verbaast is dat ik nog nooit iets heb gehoord van een van de artsen die hem op sterven zagen liggen. Als ik arts was, zou ik mezelf toch achter mijn oren krabben als een patient die op sterven lag op wonderlijk wijze herstelde. Maar goed, ook dit is een lang verhaal dat nu even met wachten tot een andere gelegenheid.
Een bezoek aan mijn vader duurt een uur of zes. Daarvan ben ik vier uur onderweg. Voordat mijn vader in Nijkerk terechtkwam, woonde hij in Ermelo. Dat is nog verder dan Nijkerk, dus ik heb de afgelopen dertien jaar al heel wat van die reizen gemaakt. Aanvankelijk vond ik het vervelend, maar inmiddels heb ik allerlei manieren gevonden om de reis aangenaam te maken. De laatste manier is het meenemen van een camera.
Ik fiets naar station Zuid, neem daar de trein naar Utrecht, drink daar een koffie bij Starbucks, neem de trein naar Nijkerk, en wandel dan naar Zilverschoon. Hoewel dit een tamelijk saaie reis is, gebeurt er natuurlijk altijd wel wat. En anders vermaak ik me met mijn schetsboek. Maar ik wil de komende keren foto’s gaan maken van alle plekjes die me in de loop der tijd zijn gaan opvallen als interessanter of mooier dan de rest van wat ik onderweg zie. Ik kan de route dromen, en die het aantal van die plekjes neemt langzaam toe. Ik kan er inmiddels een boek over schrijven, zei ik onlangs tegen iemand. En vervolgens bedacht ik, misschien moet ik dat gewoon gaan doen. Vandaar die camera: ik wil alle plekken op de route vastleggen die iets voor me zijn gaan betekenen. Ik ga u er niet elke week mee lastig vallen, maar hier zijn drie foto’s die zeker in het boek komen.
Dit is een oud schuurtje in Nijkerk waar ik altijd langsloop. Soms staan er twee pony’s op het stukje gras voor het schuurtje. Maar vooral zonder de pony’s is dit stukje voor mij van een adembenemende schoonheid:

En dit zijn de tegels op het perron van Nijkerk. Ik vind dat ze dat perron niet mooi hebben betegeld: de tegels sluiten niet aan, het zijn teveel verschillende kleuren. Maar dat is voor mij het interessante aan fotograferen: je kunt van lelijke dingen mooie foto’s maken:

Maar het hoogtepunt van de reis is natuurlijk mijn 77 jarige vader, die hier op het marktplein van Nijkerk een patatje eet:

Comments:

← Dieren
Stoeptegels →